Na het beschrijven van zijn ervaringen en het invullen van het formulier komt de dag van de hoorzitting.

Lees hier het verhaal van Paul.

In 1957 ben ik geboren in Maastricht bij de Zusters van Barmhartigheid Capucijnenstraat 45. Een pedo-therapeutich internaat voor meisjes en niet gehuwde moeders. Met kraam, baby en peuterafdeling. Mijn biologische moeder was toen net 16 jaar geworden. Ik ben de zoon van haar vader…

Als 2 uur oude baby kwam ik in een pleeggezin terecht en begon het drama van het pleegkind zijn. Nog steeds vraag ik me af hoe het mogelijk is geweest dat niemand heeft ingegrepen; ik was toch een kind van de Staat en van een Voogdijvereniging. Heel vaak heb ik gedacht en gesmeekt ”waarom helpt niemand mij”? Toch dacht ik dat het zo hoorde en dit ook in andere gezinnen voor kwam. Tot ik wat groter werd en zag dat het bij de andere kinderen wel anders ging, daar voelde ik warmte en liefde voor de kinderen.
Maar wat is dat… liefde? Zoals dat bij de andere kinderen ging? En gaf mijn pleegmoeder mij ook liefde? Is liefde vertroetelen of is dat op zeer jonge leeftijd alcohol geven? Is liefde aardig zijn of vernederen? Is liefde koesteren of verkrachten? Is liefde een aai over je bol of slaan tot je erbij neer valt? Het werd steeds onbegrijpelijker voor mij.
Waar was die hulpverlener die ik zo nodig had? Ik zou het echt niet weten ook al riep ik om hulp, niemand heeft ooit gereageerd. Afgewezen worden door een vertrouwenspersoon zoals de huisarts voelt als een ontkenning van je bestaan.

Vandaag was het dan zo ver na aanvankelijk wat strubbelingen, misverstanden, verdwenen brief en een keertje boos worden van mijn kant, mocht ik de stukken komen bekijken.
Vannacht heb ik prima geslapen,maar vanochtend was ik letterlijk ziek, hoofdpijn, misselijk en trillen als een espenblaadje. Op dit soort momenten vind ik het jammer dat ik geen medicijnen gebruik en zou ik graag iets willen hebben om die aanval iets te verzachten, maar ja daar denk ik altijd te laat aan. Ik houd mezelf wel altijd voor dat er niets aan de hand is, dat ik alleen maar wat papieren ga lezen, maar het helpt niet echt. Ik blijf hopen dat deze reaktie ooit nog eens minder word.